In het kort

De Inspectie Werk en Inkomen houdt onafhankelijk toezicht op de uitvoering van het beleid op het terrein werk en inkomen. Dit beleid is gericht op re-integratie en arbeidsbemiddeling voor wie geacht wordt te werken en op inkomensbescherming voor wie dat vanwege leeftijd, arbeidsongeschiktheid of anderszins toekomt.

Voor re-integratie, arbeidsbemiddeling en inkomensbescherming worden publieke gelden ingezet. De inspectie beoordeelt of deze publieke gelden in overeenstemming met de wet, juist én gericht worden besteed en in hoeverre daarmee publieke doelen worden gerealiseerd of bevorderd.

De inspectie houdt toezicht op de uitvoeringsorganisaties die de sociale verzekeringswetten uitvoeren en op de gemeenten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van wetgeving op het terrein van de sociale voorzieningen. Met haar toezicht draagt IWI bij aan een goed functionerend stelsel waarin belastingen en premies rechtmatig, doelmatig en doeltreffend worden besteed.

IWI houdt toezicht op de volgende organisaties

Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV): beoordeelt het recht op een uitkering bij werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid. UWV verstrekt uitkeringen en koopt re-integratiediensten in ten behoeve van mensen die weer aan werk kunnen. UWV voert onder andere de Ziektewet (ZW), de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) uit.

UWV WERKbedrijf (voormalige Centra voor Werk en Inkomen (CWI) met re-integratieactiviteiten van UWV): Het UWV WERKbedrijf is een onderdeel van UWV en is de eerste instantie waar mensen bij aankloppen wanneer ze werkloos raken. UWV WERKbedrijf heeft tot taak mensen zo snel mogelijk terug te leiden naar werk en te zorgen dat uitkeringsverstrekking mogelijk wordt, indien nodig. Daartoe verzorgt UWV WERKbedrijf de intake. De gegevens die UWV WERKbedrijf verzamelt bij de intake worden door gemeentelijke sociale diensten en door UWV gebruikt voor de beoordeling van het recht op een uitkering. Verder heeft UWV WERKbedrijf preventieve taken, zoals de ontslagtoets en de beslissing over een werkvergunning voor vreemdelingen

Gemeenten: uitvoering van de taken, opgedragen aan gemeenten bij of krachtens de Wet werk en bijstand (WWB) of enige andere wet die in medebewind met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) wordt uitgevoerd, zoals de Wet sociale werkvoorziening.

Sociale Verzekeringsbank (SVB): beoordeelt het recht op een uitkering en verstrekt uitkeringen op het gebied van de zogeheten volksverzekeringen: de Algemene kinderbijslagwet (AKW), Algemene ouderdomswet (AOW) en de Algemene nabestaandenwet (Anw). Daarnaast voert de SVB enkele andere regelingen uit, zoals de asbestregeling.

Bureau Keteninformatisering Werk en Inkomen (BKWI): doet voorstellen op het gebied van gegevensuitwisseling tussen de partijen die gebruik maken van Suwinet, zorgt dat afspraken worden nagekomen en is technisch beheerder van Suwinet. De klanten van BKWI zijn de uitvoeringsorganisaties op het terrein van werk en inkomen.

Stichting Inlichtingenbureau Gemeenten (IB): is knooppunt voor gegevensuitwisseling voor met name gemeenten, gericht op de goede werking van de structuur voor werk en inkomen. Het IB draagt ten behoeve van gemeenten bij aan het opsporen en bestrijden van bijstandsfraude.

Raad voor Werk en Inkomen (RWI): is het overlegorgaan en expertisecentrum van werkgevers, werknemers en gemeenten. De RWI doet voorstellen aan de regering en andere partijen over het brede terrein van werk en inkomen. Doel van deze voorstellen is een goed functionerende arbeidsmarkt te bevorderen. Het vergroten van de transparantie van en het verbeteren van de kwaliteit op de re-integratiemarkt behoren eveneens tot de kerntaken van de RWI.

Daarnaast oordeelt IWI ook over de werking van de hele keten van werk en inkomen, door te kijken naar de wijze waarop UWV en de SVB met elkaar en met gemeenten samenwerken bij de uitvoering van de aan hen opgedragen taken. Voorts houdt IWI toezicht op de Sociaal-Economische Raad (SER), De Nederlandsche Bank voorzover het gaat om toezicht op de uitvoering van pensioenregelgeving, de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en certificerende en keurende instanties op het terrein van arbeidsomstandigheden.

Toezicht draagt bij aan uitvoering en aan sturing

Het toezicht leidt tot een oordeel of en in welke mate het uitvoeringsorgaan de beleidsdoelstellingen heeft bereikt en tracht verklaringen te geven als dat niet het geval is. Oorzaken kunnen liggen in het functioneren van de afzonderlijke organisaties, in de interactie tussen verschillende uitvoerende organisaties of in de werking van het stelsel als geheel. Op basis van deze oordelen kunnen de verantwoordelijke spelers (uitvoerende instanties, beleidsmakers) maatregelen treffen. Daarmee richten toezichtoordelen zich dus niet alleen op de uitvoeringsorganisaties, maar leveren zij ook een bijdrage aan de stuurfunctie.

Verantwoordingsgericht en eigen onderzoek

IWI gaat bij het toezicht zo veel mogelijk uit van de verantwoordingsrapportage van de uitvoeringsorganisatie of gemeente. Schiet die te kort, dan kan IWI aanvullend onderzoek doen. IWI verricht ook eigen onderzoek, afhankelijk van de risico's die IWI in de uitvoering ziet. Dat kan bijvoorbeeld gaan over de kwaliteit van de samenwerking, fraudebestrijding of re-integratie van arbeidsgehandicapten.

In principe houdt IWI op dezelfde manier toezicht op de verschillende uitvoeringsorganisaties. Het toezicht is wel proportioneel: hoe beter de uitvoering functioneert, hoe minder toezicht IWI er verricht.

IWI en de minister van SZW

De inspectie vervult een oog- en oorfunctie voor de minister van SZW. Zij brengt aan de minister haar oordelen uit en legt aan de minister verantwoording af. De minister kan de inspectie sturen, behoudens op de inhoud van het toezicht. Het toezicht is signalerend van aard; de inspectie heeft geen interventiemogelijkheden. De inspectie heeft een indirecte relatie met het parlement. Zij geeft de minister advies welke rapporten deze aan het parlement dient aan te bieden, binnen een termijn van vier weken.

Onafhankelijk toezicht

Onafhankelijk zijn houdt in dat de inspectie zelf beslist waarnaar ze onderzoek doet. Daarbij houdt zij rekening met de opvatting van de minister en met de wensen en suggesties van de uitvoering en andere belanghebbenden. De inspectie formuleert en publiceert haar toezichtbevindingen en -oordelen onversneden.

De inspectie heeft tot doel zodanig te rapporteren dat haar toezicht een meerwaarde betekent voor de uitvoering en het beleid. Zij neemt onverkort de bestuurlijke reacties van de onderzochte organisaties in haar rapporten op en streeft naar verbetering van producten van de inspectie.

Goed toezicht is zorgvuldig, deskundig, van hoge kwaliteit en betrouwbaar. De samenleving is gediend met een transparante toezichthouder die zich op de juiste onderwerpen richt en haar bevindingen openbaar presenteert. De inspectie draagt zo bij aan het vertrouwen van burgers dat de overheid bereid is zichzelf op het beleidsterrein werk en inkomen kritisch te bekijken.


Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.

Deze informatie is afkomstig van http://www.iwiweb.nl.
Printdatum 7 september 2010.